|
Veelvuldig
ontstaat er onzekerheid over de status van een zelfstandig werkende interim
manager voor de fiscus c.q. voor de bedrijfsvereniging. Dit maakt opdrachtgevers
terughoudend om met zelfstandigen zaken te doen. Immers ze willen niet
het risico lopen om soms pas jaren nadat de opdracht verricht is, nog
geconfronteerd te worden met een naheffing.
De fiscus c.q. de bedrijfsvereniging gaat hiertoe over indien uit de feiten
blijkt, dat van een ondernemerschap van de interim manager geen sprake
is geweest.
Met
de Belastingdienst Hilversum is daarom intensief overleg geweest om de
VMS-contracten zodanig te redigeren, dat daaruit niet tot een (fictieve)
dienstbetrekking geconcludeerd kan worden.
De contracten zijn door de Belastingdienst Hilversum artikelgewijs getoetst
met het Uitvoeringsbesluit LB 1964.
Hun adviezen zijn verwerkt, mede in samenspraak met het Advocatenkantoor
Hamer & Smit te Bussum en het Belastingadvieskantoor Kuipers &
Co. te Bussum.
|